Spelregels van Bowlen

Bowlen is een sport waaraan iedereen direct kan meedoen. Het doel van het spel is eenvoudig. De tien pins die aan het eind van de baan staan, moeten, het liefst in één worp, omgegooid worden. Lukt dat inderdaad in één keer, dan heb je een strike gegooid. Gooi je de eerste worp niet alle tien pins om, dan krijg je nog een kans om met een tweede worp de resterende pins om te gooien. Lukt dat, dan heb je een spare gegooid. De puntentelling wordt verderop uitgelegd.

Aanloop

We beginnen bij het begin: de aanloop. Op het eerste gedeelte van het aanloop gedeelte zie je een aantal merktekens staan. Deze kun je gebruiken als oriëntatiepunten. Je mag een aanloop maken tot aan de 'foutlijn'. Als je daar overheen komt, tellen de pins die je hebt omgegooid niet.

De baan zelf is verdeeld in drie sectoren, die onderling van gladheid verschillen. Mede hierdoor kunnen wedstrijdbowlers hun effect benutten en met de meest fantastische 'hoeken' gooien. Op de baan tref je ook oriëntatiepunten aan, die je voor het mikken kunt gebruiken. Iedere keer na een worp wordt de bal automatisch teruggevoerd via een transportgoot naar de 'balreturn'. Wacht tot je eigen bal terug is, zodat de pinopzetmachine gelijktijdig zijn werk kan doen.

Speelronde

Een spel (game) bestaat uit tien beurten (frames). In elke beurt mag je proberen om de tien pins om te gooien. Hiervoor mag je maximaal twee worpen gebruiken. Alle tien pins in één keer om is een strike (X). Hiervoor krijg je in die beurt 10 punten + het resultaat van de volgende twee worpen. Indien je alle tien pins met twee worpen omgooit, dan heb je een spare (/). Hiervoor krijg je ook tien punten, maar als bonus krijg je nu alleen de eerstvolgende worp er extra bij. Voor de rest telt elke omvergeworpen pin voor een punt en wordt de score per beurt doorgeteld.

Thumbnail